"Wat voel je?"
Al mijn zangleerlingen zullen beamen: dit is de vraag die ik het vaakst stel. Niet één keer, maar mogelijk wel tien keer per les. Wellicht soms tot wat lichte frustratie van mijn leerlingen.
Ik snap het, het is een lastige vraag, maar ook een belangrijke. Bewustwording van dat wat je doet kan alleen door te voelen wat je doet. Want... wat je niet bewust kunt voelen, kun je ook niet bewust herhalen.
Wanneer mensen aan zingen denken, denken ze meestal aan horen. Logisch ook. Muziek is tenslotte geluid. Dus als iets niet lukt, gaan veel zangers harder luisteren. Ze proberen te analyseren wat er misgaat, door te proberen te horen wat hun stem doet. Ze luisteren naar opnames, vergelijken zichzelf met anderen en proberen op basis van het geluid oplossingen te vinden. Begrijp me niet verkeerd, dit is absoluut ook heel goed, maar zingen doe je niet alleen maar met je mond en je oren. Zingen doe je met je hele lichaam.
Het geluid is het eindresultaat.
Een toon ontstaat niet zomaar. Voordat er ook maar één geluid uit je mond komt, gebeurt er al van alles. Je ademt in, je ademspieren organiseren zich, je lichaam zoekt balans, je stemplooien sluiten op een bepaalde manier, je tong neemt een positie in, je kaak beweegt, etc.
Al die processen samen zorgen uiteindelijk voor het geluid dat je hoort.
Dat betekent ook dat wanneer je alleen naar het geluid kijkt, je eigenlijk naar het eindproduct kijkt. Je kunt het vergelijken met het proeven van een taart en dan proberen te raden welke ingrediënten erin zitten. Dat kan soms helpen, maar als je de taart zelf ook wilt bakken is het veel makkelijker als je ook weet wat er tijdens het bakken gebeurd is, wat er allemaal in de kom is gegooid en hoe het gemixt is.
Waarom is voelen zo belangrijk?
Stel dat je tijdens een les ineens een fantastische hoge noot zingt. Heel vrij en krachtig, bijna moeiteloos. Dan kan ik jou vertellen hoe goed het was, je kunt het wellicht op een opname terughoren, maar... kan je het ook herhalen? Zou je dit morgen nog eens precies zo kunnen doen? Ging het per ongeluk goed? Of wist je exact wat je deed en ging het daarom zo goed?
Het wordt pas echt waardevol wanneer je kunt beschrijven wat er in je lichaam gebeurde en je snapt hoe je dit in werking hebt gezet en wat je daarbij voelde.
Voelde je meer ruimte? Meer stabiliteit? Minder druk? Meer verbinding met je adem?
Werd je buik actiever? Ontspande je kaak? Waar plaatste je de lucht? Waren je schouders ontspannen? Hield je je hoofd recht? Hoe voelden je keelspieren? Waren je valse stemplooien aangespannen? In welk register zong je? Noem het maar op.
Dat zijn de dingen die je kunt voelen en daarom kunt reproduceren als je je er bewust van bent.
Want zoals ik al zei: wat je niet bewust kunt voelen, kun je niet bewust herhalen, maar dat werkt natuurlijk ook andersom: Wat je bewust kunt voelen, kun je bewust herhalen.
De juiste en de verkeerde spieren
Een van de grootste misverstanden over zingen is dat beter zingen betekent dat je harder moet werken. Eigenlijk is het juist vaak precies andersom. Mijn regel is dan ook: Als het lichamelijk makkelijk voelt, dan doe je het waarschijnlijk goed. Lees wel: dit is iets anders dan mentaal makkelijk.
Veel leerlingen gebruiken tijdens het zingen allerlei spieren die helemaal niet nodig zijn.
Ze trekken hun schouders op, ze spannen hun nek aan, ze klemmen hun kaak vast, ze drukken hun tong naar beneden ze zetten hun hele gezicht op slot, ze knijpen hun keelspieren aan, gooien hun hoofd naar achter of juist naar voor.
Dat kost best wat energie en maakt zingen juist moeilijker.
De vraag is dus niet alleen: "Welke spieren gebruik je?", maar ook "Welke spieren mag je loslaten?"
Goede zangtechniek gaat verrassend vaak over het stoppen met dingen doen. Ik ga dan ook vrijwel met elke leerling eerst terug naar de kern: Wat is jouw eigen, effectloze, gemakkelijk voelende, unieke stemgeluid? Die is namelijk over het algemeen net zo natuurlijk als de spreekstem.
Gevoel en werkelijkheid zijn niet per sé hetzelfde
Zoals gezegd: Voelen is belangrijk, maar voelen vertelt niet altijd de waarheid.
Een techniek die gezond en efficiënt is, voelt in het begin soms juist vreemd. Ik noemde het net al even, er is een verschil tussen lichamelijk voelen en mentaal voelen.
Een hoge noot kan lager voelen dan je verwacht, een krachtige klank kan verrassend licht aanvoelen, een ontspannen stem kan voor iemand die gewend is te duwen zelfs voelen alsof hij/zij te weinig doet. Dit zijn zomaar een aantal voorbeelden.
Ons lichaam is gewend aan patronen, ook aan verkeerde patronen. Daardoor voelt iets nieuws vaak eerst onnatuurlijk. Dat betekent niet dat het fout is, dat betekent alleen dat het nieuw is en je er dus mentaal aan moet wennen.
Je kunt je wellicht ook voorstellen dat je zo hard moet nadenken over hoe je een noot moet zingen, omdat er zoveel "regels" zijn waar je je ineens aan moet houden, dat het lijkt alsof het zingen ineens veel lastiger voelt, terwijl, als je het dan goed gaat analyseren, het lichamelijk toch stiekem juist makkelijker voelt. De noot kwam er uiteindelijk heel goed uit, maar het kostte wel héél veel denkvermogen. Dit komt dan dus doordat het nieuw is en je met zoveel dingen tegelijk rekening moet houden. Net als bij het leren autorijden: Hoe vaker je het doet, hoe minder je erover na hoeft te denken, hoe natuurlijker het komt. Het mentaal moeilijke valt dus uiteindelijk weg, door gewenning en automatisering.
Daarom gebruik ik tijdens lessen niet alleen mijn oren en ogen, maar ook de feedback van de leerling. Wat ik hoor en zie en wat de leerling voelt maken het plaatje compleet.
Het ontwikkelen van zelfcorrigerend vermogen.
Wat ik vaak merk, als leerlingen wat verder gevorderd zijn met de lessen, is dat ze minder afhankelijk worden van mijn oordeel. Ze hoeven niet meer na iedere oefening te vragen:
"Was dat goed?", want ze beginnen het zelf te merken. Niet alleen aan wat ze horen, maar aan het gemak dat ze ineens ervaren als het goed gaat en het verschil met hoe het voelt als het niet goed gaat.
Ze herkennen wanneer hun adem vrij stroomt, ze voelen wanneer hun kaak begint te spannen, ze merken wanneer ze gaan duwen, etc. Ze beginnen zichzelf te corrigeren: "Oh, wacht, dat ging niet goed, nog een keer".
En dat is uiteindelijk veel waardevoller dan welke technische aanwijzing dan ook, want een les duurt maar kort, maar je lichaam neem je altijd en overal mee naar toe. Dus als een leerling zichzelf ín de les kan corrigeren, dan kan hij/zij dit ook daarbuiten. En zo begint bewustwording en verandering.
Mijn doel als docent
Natuurlijk leer ik mensen hoe ze beter kunnen zingen, maar eigenlijk probeer ik nog iets anders te bereiken:
Ik wil dat leerlingen zichzelf beter leren begrijpen, hun lichaam beter gaan snappen.
Ik wil dat ze ontdekken hoe hun eigen instrument werkt, dat ze niet afhankelijk blijven van trucjes, dat ze niet hoeven gokken dat het misschien wel lukt, maar dat ze weten wat ze doen.
Want zodra je begrijpt welke bewegingen, welke spieractiviteit en welke sensaties leiden tot een bepaald geluid, ontstaat er controle. En controle, oh jongens, dat is zo fijn!
En dan heb ik het niet alleen over de controle van spanning of forceren, maar ook de controle van bewustzijn van wat je doet. Daarmee kun je een liedje tot een hoger level brengen en als dit allemaal in je automatische systeem zit, heb je alle ruimte om je te focussen op emotie, improvisatie, of, ach ja, "wat was die tekst ook alweer?".
En daarom blijf ik die vraag stellen, elke les weer, na elke oefening:
"Wat voel je?"

Reactie schrijven