Pssstt.. ik luister hoor!

Je kent het vast (of volgens mij zeggen ze tegenwoordig: POV): je loopt rustig op een stoep, lekker zonnetje op je gezicht, misschien wel een boodschappenlijstje in je hoofd, niks vermoedend… en dan rijdt er ineens een auto langs die een lekker nummer van (bijvoorbeeld) Beyoncé uit zijn open ramen blaast en op de stoep begint naast je iemand luidkeels mee te zingen. En dan bedoel ik niet zomaar meeneuriën, nee, ik heb het hier over full on concertmode. Armzwaaiend, luid en ad libbend.  

 

Mijn hoofd schakelt in zo’n situatie razendsnel. Niet omdat ik wil, niet omdat ik oordeel, maar omdat ik dit als zangeres en zangdocent simpelweg nooit kan uitschakelen.
Ik luister. Altijd. Ongevraagd.
Mijn oren staan wagenwijd open, mijn hersenen starten een soort van akoestische MRI en tegelijkertijd voel ik het borrelen van binnen, want hoe je het ook wendt of keert: zingende mensen, I love it!

Dan gaat er dus een motortje draaien in mijn brein. Eerst denk ik: “Oh, wat heerlijk dat ze zingen! Gewoon, spontaan, uit volle borst, schaamteloos!”, al gauw gevolgd door dingen als: “Oei, dat was niet zo mooi”, of “Denk aan je ademhaling!”.
Er speelt zich een soort tweestrijd in mijn hoofd af: Aan de ene zijde de vrolijkerd die geniet van elke spontane uithaal, en daar tegenover de perfectionistische docent die kritisch luistert.
Soms wil ik hardop meezingen, of gewoon applaudisseren en soms wil ik roepen: “Neeee, niet die noot!”, maar ik houd me natuurlijk in alle gevallen altijd gewoon netjes in, want het is niet mijn plaats. Er wordt niet gevraagd om mijn mening en… Het is uiteindelijk hun moment, in hun eigen hoofd, met hun eigen breinmotortje.

Maar ja, zodra de eerste noot mijn oortjes bereikt, ga ik al in muzikant/docentmodus. Dat is niet iets wat ik doe, dat is iets wat gewoon gebeurt, ongewild.
Mijn innerlijke monoloog klinkt dan bijvoorbeeld ongeveer zo: “Hé, wat leuk, dat klinkt niet per sé slecht!” en dan (en bij deze gedachte wéét ik gewoon dat dit op mijn gezicht af te lezen is, wederom ongewild): “Oeh, dát was dan weer niet helemaal zuiver…”. Vervolgens denk ik zoiets als: “Heyy, die was nice!” gevolgd door: “Weet je eigenlijk wat ademsteun is? Ik zou je daar zo goed mee kunnen helpen!”, en ga zo maar door.

Tja, ik scan alles, positief en/of negatief. Ik kan dat gewoon niet uitzetten, ook niet bij de échte Beyoncé.
Vergelijk het met een dokter die iemand een verkeerde diagnose hoort stellen, of een kok die iemand veel te veel zout ziet toevoegen aan een gerecht. Zij zullen de gevoelens die dit oproept ook nooit kunnen uitzetten en zullen ook willen ingrijpen (met het verschil dat het bij de dokter en soms zelfs de kok wellicht levensreddend zou kunnen zijn en in mijn geval “slechts” oorstrelend en/of gemakkelijker makend).

 

(Je hebt natuurlijk altijd momenten dat het écht niet oké is om keihard mee te gaan zingen met een lied, denkend aan tijdens een film in een bioscoop, of midden in de nacht in een woonwijk, waar mensen liggen te slapen. Dan is ingrijpen wel degelijk een goed idee en meestal in de vorm van "SSSHHTT!!!". Over dit soort momenten heb ik het nu dan ook niet).

Soms denk ik, ik ga gewoon naar ze toe en ga gezellig met ze meezingen, dan ontstaat er wellicht vanzelf een leuk gesprekje en dan kan ik ze daarna wat tips geven. Maar dat doe ik in praktijk dan natuurlijk nooit, want ja… ik heb niet zoveel lef als zij. Begrijp me niet verkeerd, ik zing meestal wel mee, maar dan zachtjes voor mezelf, zonder de aandacht te trekken.

Of de ‘zanger in kwestie’ nou mooi zingt of niet
, ná zo’n hele innerlijke monoloog is mijn laatste gedachte altijd dezelfde: wat een heerlijkheid dat je zo vrij kunt zijn en zó genieten van muziek dat je jezelf daar zelfs ‘en public’ aan kunt overgeven. Dan verschijnt er een lach op mijn gezicht, want…ze zingen, ze durven, zonder rem (die ik zelf maar al te vaak wél voel), wellicht zonder techniek, maar vooral zonder schaamte. Dat laatste kan ik soms nog wel iets van leren.

 

En ja, technisch gezien klopt het misschien niet (altijd), maar ik loop daarna een stuk vrolijker weg dan dat ik aankwam en is dát niet eigenlijk gewoon uiteindelijk het doel van zang en muziek? 

 

Heel, heel, heeeeelll soms zeg ik iets, als het zeldzame moment zich voordoet dat de situatie zich leent voor een luchtig complimentje, of een spontane tip. Negenhonderdnegenennegentig van de duizend keer is dit niet het geval en doe ik niks, want niet alleen heb ik dus meestal het lef niet om mijn mond open te trekken, maar men kan zich door mijn opmerking natuurlijk ook juist ongemakkelijk gaan voelen en dat zou ik ook écht niet willen. Wie ben ik om iemands vrije expressie te ontnemen? Op zulke momenten uit ik de eventuele tips, complimenten, of staande ovaties die zich in mijn hoofd afspelen, slechts door middel van een vriendelijke glimlach en zodra ik buiten gehoor ben zing ik lekker gewoon stiekem mee.

We leven in een wereld vol stemmen.
Sommigen geschoold, de meesten niet.
Maar allemaal zingen ze. Mooi, lelijk, hard, zacht, op podia, in het wild, in het verkeer, onder de douche, of in de supermarkt. Die laatste is trouwens een plek waar ik mezelf ook regelmatig betrap op het meezingen met de muziek. Niet armzwaaiend, maar zeker wel ad libbend. Dat gaat vanzelf, als ik het liedje ken en vooral als ik 'm dan ook nog leuk vind.
Het leukste is als er dan iemand naast je komt staan die ook stiekem aan het meezingen was, waardoor je een soort per ongeluk samenzangmomentje krijgt die wordt afgesloten met een blik van verstandshouding en een lach. Een klein momentje van verbinding met een vreemde, die je daarna wellicht nooit meer zult tegenkomen. Mooi toch?

Ik houd van zingende mensen, niet per sé vanwege de perfectie, maar vanwege de emotie die het laat zien, de passie die het uitstraalt, de liefde die het voortbrengt, de verbinding die het tussen mensen kan creëren, de vrijheid die je erdoor ervaart en wat voor moois dit alles in klanken kan voortbrengen.

 

Ik deel natuurlijk supergraag mijn mening, als hierom gevraagd wordt. Bijvoorbeeld tijdens het geven van een zangles of een workshop. Dat is de plek waar ik openlijk tips kan geven, waar mensen wél zitten te wachten op dat wat ik te melden heb, althans, daar ga ik vanuit.
 

En tja… Dat armzwaaien bewaar ik zelf gewoon lekker voor ‘on stage’, waar ik wél perfectie wil. Dáár stel ik wél de hoge eisen, aan mezelf én aan mijn eventuele medezangers. Dáár moet het wél technisch kloppen en muzikaal kloppen. Dát is de plek waar ik streng mag zijn van mezelf. Dáár heb ik wél alle lef van de wereld. Daar haal ik mijn geluk niet alleen uit de emotie en de vrijheid, maar óók uit de perfecte samenklanken van hetgeen daar gebracht wordt. Het podium is waar alles voor mij samenkomt: de zangeres in mij, de docent in mij, de perfectionist in mij én de vrolijkerd in mij. Ze mogen daar allemaal nét zo hard werken en genieten!

 

Tja, conclusie:
Mijn vak is niet alleen iets wat ik doe, het is iets wat ik ben. Altijd en overal. Op straat, in huis, in alle stilte én ‘en public’, maar dat betekent niet dat ik er in praktijk altijd ‘gehoor’ aan hoef te geven.  

Reactie schrijven

Commentaren: 1
  • #1

    Yvon Blaauw (dinsdag, 17 juni 2025 10:41)

    Hé , die ken ik van heel iets anders dacht ik toen ik een bericht op Facebook voorbij zag komen. Natuurlijk wist ik dat je prachtig zingt en dat je hele vermakelijke stukjes schrijft, maar ik wist nog niet dat je een blog had. Leuk, leuk, leuk!
    Heel veel succes met alles wat je met hart en ziel doet.
    Groetjes van Yvon Blaauw